Conflicten met rentederivaten

Omvang van het probleem “rente derivaten”

Nederlandse banken hebben vanaf 2005/2006 naar schatting 17.000 Nederlandse MKB ondernemingen geadviseerd het renterisico op de leningen met een variabele rente (meestal 3-maands EURIBOR) die zij aan het MKB hebben verstrekt, af te dekken met rentederivaten. In het leeuwendeel van de gevallen is dit in de vorm van een renteswap gebeurd. In sommige gevallen werd het afsluiten daarvan door de bank verplicht gesteld.

Gevolgen van rente schommelingen

Rente swaps worden gekenmerkt dat bij een stijgende rente, de cliënt gedurende de looptijd van het contract geld ontvangt van de uitgevende instantie maar dat bij dalende rentes de cliënt moet betalen aan de uitgevende instanties. Sinds het afsluiten van de renteswaps door veel MKB ondernemingen in de periode 2005 – 2010 zijn de rentes gedaald. Hierdoor vinden er dus renteverrekeningen van de MKB ondernemer naar de bank. Bij het beëindigen van het rentederivaat ontstaat er, gegeven de gedaalde rente,  een negatieve waarde die tot additionele financieringsbehoefte leidt voor de cliënt.

Issues rente derivaten

De kwestie met rentederivaten spitst zich toe op een aantal vragen:

  • Is er een noodzaak geweest tot het afdekken van het renterisico (had de cliënt enig risico zelf kunnen dragen)?
  • Wat is de duur (en hoogte door de tijd heen) waarover het renterisico moet worden afgedekt (dit tevens weer in combinatie met de mate van het dragen van het risico door cliënt zelf)?
  • Waren er alternatieven voorhanden anders dan een (plain vanilla) swap?
  • Is de cliënt goed voorgelicht over de alternatieven en de werking van de derivaten?

Bij de door ons behandelde cases is gebleken dat enige mate van risicobeheersing wenselijk zou zijn voor cliënten maar dat de mate (vaak) niet overeenkomt met het door de bank opgelegde (rente)derivaat. De vraag is zodoende wat de alternatieven ten tijde van het afsluiten van het rentederivaat waren (mede in ogenschouw genomen de positie van de cliënt ten tijde van het afsluiten). Mogelijke alternatieve risicobeheersing zou kunnen hebben gelegen in:

  • het afsluiten van een swap met een kortere looptijd en lagere hoofdsom (die overeenkomt met de operationele omstandigheid en financiële draagkracht van de cliënt);
  • het afsluiten van een verzekering ter voorkoming van hogere rentes (dus geen uitruil maar een verzekering).

Schadebegroting

Bij het opstellen van schadebegrotingen wordt doorgaans een vergelijk gemaakt tussen wat werkelijk is gebeurd (inclusief schadegebeurtenis = IST situatie) en wat zou zijn gebeurd als de schadegebeurtenis niet zou zijn voorgevallen (Soll situatie). Bij rentederivatenconflicten is het vaak niet eenduidig wat de Soll positie zou moeten zijn. Er zijn meerdere alternatieven voorhanden die zich kunnen laten vertalen in meerdere scenario’s waardoor er zich een range van uitkomsten voordoet (scenario x, scenario y of scenario z). Een zeer aannemelijk alternatief zou zijn dat de bank een verzekering zou hebben verstrekt (in jargon een cap). De negatieve renteverrekeningen en de huidige negatieve waardes van de derivaten zouden bij deze risicoafdekking niet aan de orde zijn.

Marges en opslagen

In de door ons behandelde opdrachten is ook gebleken dat de financiële instellingen tussentijds de marges en opslagen hebben gewijzigd. Doordat de derivaten negatieve waardes kenden gedurende de looptijd, waren de cliënten in grote mate beperkt in hun handelen. Zij konden niet naar een andere bank overstappen omdat dan de (rente)derivatenpositie zou worden vereffend. Hierdoor zou direct een zogenoemde funding need optreden. Cliënten hebben dus weinig weerwoord kunnen geven tegen de marge en opslagverhogingen, dit terwijl zij ervan uitgingen dat de rente betalingen zouden zijn gemaximeerd. Wij zien dit als additionele schade naast de directe schade als gevolg van het afsluiten van het (rente)derivaat.

Herstelkader Rentederivaten

Begin 2016 is door de minister van Financiën een commissie van onafhankelijke deskundigen aangesteld.Deze commissie kreeg als opdracht om tot een uniform herstelkader te komen van de herbeoordeling van rentederivatencontracten. Dit kader geeft dus aan welke herstelacties banken aan gedupeerde ondernemers moeten uitvoeren en hoe zij om moeten gaan met specifieke gevallen.
In de zomer van 2016 is het herstelkader door de Derivatencommissie gepresenteerd.
In de afgelopen maanden heeft overleg plaatsgevonden tussen de banken en de Derivatencommissie over specifieke gevallen.
Meer informatie over het herstelkader kunt u vinden op de website van de Derivatencommissie.

Wat kunnen wij voor u doen?
De interpretatieruimte van banken bij het her-beoordelen en compenseren is door het Herstelkader beperkt.

Houdt dit in dat alles goed komt?

Wij hopen dit natuurlijk van harte maar adviseren onze cliënten toch, zeker vanwege de geringe kosten, om een second opinion rapport op te stellen. Wij maken voor u en uw cliënt inzichtelijk wat de compensatie zal zijn die uw bank aan uw cliënt moet verstrekken. Dit doen wij door het verstrekken van een rapport waarin de stappen van het Herstelkader specifiek op uw cliënt zijn situatie is omschreven.
In het rapport wordt onder andere ingegaan op de vraag of zij in aanmerking komt voor compensatie, de hoogte en opbouw van de vergoeding.
Als de coulance betaling van de bank afwijkt van het second opinion rapport kan men de vraag stellen of de bank de richtlijnen goed heeft toegepast en de compensatie goed heeft berekend?
Aan de hand van het rapport kan men ook de vraag stellen of men de coulance betaling moet accepteren of dat ze moeten door procederen.

Hermes Advisory: expertise, ervaring en marktdata

Wij hebben niet alleen de expertise en ervaring in huis maar ook de software toepassingen en data leveranciers om de schade nauwkeurig vast te stellen. Zo weten wij wat de prijzen zijn geweest van de derivaten bij afsluiten en kunnen wij de prijzen gedurende de looptijd traceren. We kunnen ook zien wat de marges zijn geweest die de banken hebben verdiend bij het afsluiten van de derivaten en wat de kosten zouden zijn geweest voor alternatieve structuren.

Door de combinatie van expertise, ervaring en marktdata vindt u in ons een volwaardig partner voor het behandelen van uw casus.

Mocht u meer informatie wensen dan kunt u contact opnemen met:

Pieter van Prooijen mobiel : +31 (0)6 301 54 753