Financieel feitenonderzoek

Hermes Advisory is gespecialiseerd in het uitvoeren van financieel feitenonderzoek ter ondersteuning van juridische geschillen. Door haar jarenlange ervaring als partij- en gerechtelijk deskundige weet Hermes Advisory haar financiële expertise in de juiste juridische context te plaatsen. Vanuit de financiële feiten wordt op inzichtelijke wijze en in begrijpelijke taal onderbouwd of een betreffende situatie kan hebben geleid tot schending van een juridische norm. De heldere opbouw van de rapporten van Hermes Advisory brengt met zich mee dat de inhoud van de rapporten zelden door partijen worden betwist. Hermes Advisory legt zich toe op het uitvoeren van drie soorten forensische onderzoeken:

  1. Financieel feitenonderzoek in bestuurdersaansprakelijkheidszaken;
  2. Oorzaak- en toedrachtonderzoek;
  3. Contra-expertise op rapporten geschreven door (andere) financieel deskundigen.

I.    Financieel feitenonderzoek in bestuurdersaansprakelijkheidszaken

Bestuurders en / of aandeelhouders worden steeds vaker direct aangesproken op het door hen gevoerde ondernemingsbeleid. Bij bestuurdersaansprakelijkheidszaken is het essentieel dat alle financiële feiten zo snel mogelijk boven tafel komen en op de juiste wijze worden gepresenteerd en geïnterpreteerd. Hermes Advisory brengt de financiële feiten en omstandigheden in kaart die ten grondslag liggen aan het handelen van bestuurders en slaat een brug naar de juridische beoordeling die daaruit volgt. Hermes Advisory voert onderzoek uit op (onder andere) de volgende aansprakelijkheidsonderwerpen:

  1. Het verrichten van een dividenduitkering in zodanige mate dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is gekomen c.q. de onderneming niet langer in staat is aan haar opeisbare verplichtingen te voldoen;
  2. Het schenden van de administratieplicht zoals gedefinieerd in artikel 2:10 BW;
  3. Het schenden van de publicatieplicht zoals gedefinieerd in artikel 2:394 BW;
  4. Het verstrekken van misleidende financiële informatie;
  5. Het aangaan van financiële verplichtingen door de vennootschap terwijl de bestuurder wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de vennootschap de verplichtingen niet kon nakomen (Beklamel);
  6. Het niet kunnen voldoen van een opeisbare vordering noch het bieden van verhaal door de vennootschap als gevolg van een door de bestuurder gecreëerde betalingsonmacht (verhaalsfrustratie).

Hermes Advisory verricht haar onderzoeken onafhankelijk van de rechtsgrond waarop de bestuurdersaansprakelijkheid is ingericht. Dit houdt in dat de onderzoeken zowel binnen als buiten faillissement, ten behoeve van of tegen bestuurders worden vormgegeven: voor Hermes Advisory zijn de (financiële) feiten en omstandigheden het uitgangspunt waarop zij haar werkzaamheden inricht.

II.    Oorzaak- en toedrachtonderzoek

Bij oorzaak- en toedrachtonderzoeken wordt in kaart gebracht welke (financiële) feiten en omstandigheden hebben geleid tot een bepaalde situatie of handeling. Dit kan bijvoorbeeld een onderzoek zijn naar de oorzaken van een faillissement. Ook buiten faillissement komt het regelmatig voor dat partijen om uiteenlopende zaken een ander perspectief op de gang van zaken hebben en elkaar verantwoordelijk houden voor de geleden schade. Een reconstructie van de (financiële) feiten en omstandigheden kan dan uitkomst bieden. Ter illustratie enkele praktijkcases:

Een metaalrecyclingbedrijf komt er na controle van de voorraad achter dat de waarde van de fysieke voorraad ettelijke tonnen lager is dan in de boekhouding is aangegeven. Het metaalrecyclingbedrijf beschuldigt vervolgens een van haar toeleveranciers van het bewust verkeerd wegen van leeggewichten van containers om een hogere prijs voor de geleverde metalen te verkrijgen. Met behulp van de administratie van de toeleverancier kan worden aangetoond dat de door het metaalrecyclingbedrijf betwiste leeggewichten wel degelijk kunnen worden benaderd en mogelijk andere oorzaken ten grondslag liggen aan het door het metaalrecyclingbedrijf geconstateerde voorraadverschil.

Een koel- en overslagbedrijf in de fruithandel wordt door een importeur beschuldigd een verkoopagent geholpen te hebben bij het verduisteren van fruit en geld. Met een reconstructie uit de administratie van het overslagbedrijf kan elke transactie met en / of namens de importeur worden verantwoord en aangetoond dat de door het overslagbedrijf geleverde diensten en ontvangen betalingen geen verband houden met de door de importeur geuite beschuldigingen van verduistering.

III.    Contra-expertise

Wat maakt een deskundige deskundig? In de praktijk komt het regelmatig voor dat het eigenlijke conflict wordt overschaduwd door (partij)deskundigen die tot een verschillende uitkomst komen, hetgeen ontaardt in een zogenoemde ‘battle of experts’. Een non-financial ziet dan al gauw door de bomen het bos niet meer. Hermes Advisory biedt contra-expertise aan op rapporten opgesteld door financieel deskundigen. In deze contra-expertise staan de volgende vragen centraal:

  1. Welke financiële feiten en omstandigheden heeft de deskundige in zijn onderzoek betrokken?
  2. Bieden de financiële feiten en omstandigheden een deugdelijke grondslag voor de deskundige om zijn conclusies op te baseren?
  3. Heeft de financieel deskundige bij het uitvoeren van het onderzoek gehandeld in lijn met de voor hem geldende wet- en regelgeving c.q. de regelgeving die op basis van zijn handelen redelijkerwijs veracht mag worden?

De uitkomsten van de contra-expertise kunnen worden ingebracht als tegenwicht in een juridische procedure of – in geval een gerechtelijk deskundige is aangesteld – aanleiding geven tot aanvullend onderzoek of herzien van conclusies. In voorkomende gevallen kan de contra-expertise tevens aanleiding geven (tucht)rechterlijke stappen tegen de deskundige te ondernemen.

Recente jurisprudentie:

1. Vonnis Rechtbank Noord-Nederland d.d. 30 november 2016:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude waarbij op grote schaal voertuigen zijn onttrokken aan de boedel en de administratie van de gefailleerde vennootschap niet op orde is gehouden. Faillissementsfraude is mede vanwege de mogelijke benadeling van schuldeisers een ernstig strafbaar feit, dat inbreuk maakt op een goed verloop van het handelsverkeer. In het onderhavige geval is ook daadwerkelijk gebleken van benadeling van schuldeisers. Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het onttrekken van een voertuig aan het daarop door de curator gelegde beslag. Uit het plegen van dit strafbare feit blijkt dat verdachte geen respect heeft voor de in het kader van het beslag genomen beslissingen van de rechtbank, de curator en de deurwaarder. Zij heeft het voor de deurwaarder onmogelijk gemaakt het beslag op de roerende zaken van [bedrijf 1] op juiste wijze af te wikkelen. Verdachte heeft daarnaast samen met haar medeverdachte [medeverdachte 1] feitelijk leiding gegeven aan de door [bedrijf 1] gepleegde verduistering van een abusievelijk geleverde personenauto en het witwassen van een geldbedrag van € 375.000,-.

Over het door Hermes Advisory opgestelde deskundigenbericht merkt de rechtbank onder meer het volgende op:

Voorts is gebleken dat [bedrijf 7] voor de voertuigen die tegen kostprijs zijn overgegaan niet daadwerkelijk betaald heeft en tot betaling, gezien het rapport van de [deskundige] ook niet in staat was. Gebleken is dat de na de overdracht van de voertuigen resterende activiteiten in [bedrijf 13] onvoldoende omzet genereerden om de kosten te kunnen voldoen. Bovendien zijn de lasten, onder meer bestaande uit huur- en personeelskosten, onverkort in [bedrijf 13] achtergebleven. Daarnaast is gebleken dat voormelde onttrekking van de voorraad voertuigen plaats vond in een periode dat het financieel (steeds) slechter ging met [bedrijf 13] 

Vast staat dat op 6 augustus 2013 het faillissement van [bedrijf 13] is gevolgd. De [deskundige] heeft in haar rapport gemotiveerd geconcludeerd dat het op voormelde wijze door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] onttrekken van voertuigen aan de bedrijfsvoorraad van [bedrijf 13] en daarmee aan de boedel, op zijn minst heeft bijgedragen aan het faillissement, zo het er al niet de directe oorzaak van was. Dat verdachte en haar medeverdachte dit gedaan hebben ter bedrieglijke verkorting van hun schuldeisers acht de rechtbank tevens bewezen. Daartoe overweegt de rechtbank dat voor verdachten, door te handelen als hiervoor omschreven, een faillissement van [bedrijf 13] , met als gevolg daarvan het ernstig beperken van de verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers, een reëel risico vormde.  

Uit het rapport van de [deskundige] blijkt dat de administratie van [bedrijf 13] in de periode van 1 december 2012 tot aan de datum van het faillissement betrouwbaar noch toereikend is geweest en dat de kwaliteit van de administratie in die periode derhalve niet heeft voldaan aan de daartoe te stellen eisen. 

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de uitspraak op rechtspraak.nl

Mocht u meer informatie over dit onderwerp wensen, kunt u contact opnemen met Jeanette Brouwer op 06 23 881 052.